Doorgaan naar hoofdcontent

Isaac Newton, de laatste der magiërs

Newton

Newton, de grote natuurkundige, besteedde evenveel tijd aan het zoeken naar de steen der wijzen als aan zijn ander wetenschappelijk werk. Newton schreef meer dan een miljoen woorden over alchemie gedurende zijn leven, in de hoop om deze oude kennis te gebruiken om de aard van materie beter te begrijpen. Zijn fascinatie voor alchemie verbijstert velen, omdat het niet lijkt te stroken met de reputatie van deze sleutelfiguur van de wetenschappelijke revolutie. Toch is dit het geval: men noemt hem ook 'de laatste der magiërs'.

Ondergang van de westerse alchemie

De ondergang van de westerse alchemie vanaf de 17e eeuw werd veroorzaakt door de opkomst van de moderne wetenschap met haar nadruk op strenge kwantitatieve experimenten en haar minachting voor "oude wijsheid". Hoewel deze ontwikkeling al in de 17e eeuw begon, zou de alchemie nog 200 jaar aanhangers voor zich winnen en in feite beleefde zij in de 18e eeuw nog een hoogtepunt. Nog in 1781 beweerde James Price een poeder gemaakt te hebben dat kwik in zilver of goud kon transmuteren.
Robert Boyle
Robert Boyle (1627-1691), bekend voor zijn studie van gassen, was de pionier in de toepassing van de wetenschappelijke methode bij chemisch onderzoek. Met hem en wetenschappers als Antoine Lavoisier en John Dalton begon de moderne scheikunde.

Wat velen niet weten, is dat de grote natuurkundige Isaac Newton ook een groot alchemist was en minstens evenveel tijd besteedde aan 'occulte' wetenschappen als astrologie en alchemie als aan zijn wetenschappelijk' werk. Newtons geschriften suggereren dat een van de hoofddoelstellingen van zijn alchemie de ontdekking van de steen der wijzen zou zijn geweest, een materie die onedele metalen zou kunnen omzetten in goud. Ook de speurtocht naar het levenselixir boeide hem.

Newton en alchemie

De econoom John Maynard Keynes veilde in 1936 een groot deel van de alchemistische manuscripten van Isaac Newton voor het King's College te Cambridge. 369 boeken uit de persoonlijke bibliotheek van Newton hadden een wetenschappelijk karakter, 170, echter, zijn werken over de Rozenkruisers, de kabbala en alchemie. Keynes riep Isaac Newton later uit als de laatste grote "Renaissance-magiër". Newton had zelf een alchemistische index aangemaakt met 100 auteurs en 150 teksten en 5.000 pagina verwijzingen met 900 trefwoorden aangelegd. Jan Golinski geloofde dat Newton dit had gedaan in de hoop er een samenhangend geheel en een samenhangende leer uit te kunnen afleiden. De Britse historicus Betty T. Dobbs zei dat Newton de alchemistische literatuur tot de 17e Eeuw zeer zorgvuldig had bestudeerd en dit gedurende 30 jaar zonder onderbreking. De Newton biograaf Richard Westfall schrijft: "Newton verloor zijn eerste liefde [bedoeld is de alchemie] nooit uit het oog". Westfall gaat ervan uit dat alchemistische overwegingen ook bij Newtons 'Hypothesis of Light' (1675) waren opgenomen en dat Newtons beschouwingen over de banen van de planeten door de alchemie beïnvloed waren. Betty T. Dobbs schrijft: "Zijn herinvoering van het concept van aantrekking in zijn 'Principia', en zijn afwijzing van een zich op de 'Ether' beroepende mechanica als verklaring voor de zwaartekracht leken Westfall en mij een voldoende argument voor de invloed van de alchemie op zijn denken. Veel alchemistische verhandelingen gaan immers uit van niet-mechanische actieve principes die conceptueel vergelijkbaar zijn met de zwaartekrachttheorie van Newton."
Afbeeldingsresultaat
John Maynard Keynes
John Maynard Keynes, die veel van Newtons alchemistische geschriften had verworven, verklaarde: 

"Newton was not the first of the age of reason: he was the last of the magicians." (Newton was niet de eerste vertegenwoordiger van het tijdperk van de rede, hij was de laatste van de magiërs).


Auteursrecht: Jules Grandgagnage
(Opmerking: een gedeelte van deze tekst publiceerde ik eerder al onder CC BY-SA-licentie op Wikibooks)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Plato's allegorie van de grot: hoe word je filosoof?

In het zevende boek van zijn dialoog 'Politeia' (de Staat) laat de Griekse filosoof Plato zijn personage Socrates een verhaal vertellen dat nu bekendstaat als 'de allegorie van de grot'. Waar gaat dit verhaal precies over en, vooral: wat wilde Plato hiermee bereiken? Om dit te begrijpen is het nodig om wat meer over Plato's Ideeënleer te weten en hoe hij de taak van de filosoof-koning zag. De tocht uit de duistere grot en haar bedrieglijk schaduwspel naar het licht en de werkelijkheid van de Ideeën is het pad dat elke filosoof-regeerder volgens hem moet volgen.

Situering binnen de dialoog 'Staat' De tekst met de allegorie van de grot is te vinden in Plato's dialoog Staat, waarin hij zijn denkbeelden uiteenzet over de ideale staat. In deze ideale maatschappij heeft iedereen zijn taak, van arbeider en soldaat tot filosoof en staatsman. Voor Plato (4e eeuw v.Chr.) is de beste staatsman (regeerder) tevens een filosoof, omdat die geacht wordt de meeste wijs…

Ken jezelf: Tarot persoonlijkheidskaart en zielskaart

Wie zijn geboortedag, geboortemaand en geboortejaar kent, en een eenvoudige cijfersom kan maken, kan snel zijn persoonlijkheidskaart en zielskaart van de tarot berekenen. Heb je die twee getallen, kijk dan vervolgens naar de betekenissen van de bijbehorende tarotkaarten van de Grote Arcana. Je kunt het als spel opvatten of als spirituele gids. De gebruikte tarotkaarten uit 1889 werden ontworpen door de Zwitserse occultist Oswald Wirth, die zich baseerde op de Tarot van Marseille. Archetypische voorstellingen De werkwijze voor het berekenen van de persoonlijkheids- en zielskaart doet veel aan numerologie danken. Ook daar worden de cijfers van dag, maand en jaar van je geboorte opgeteld om bepaalde uitspraken te doen over je innerlijke en uiterlijke kwaliteiten. Tarot zou je een nog krachtiger instrument kunnen noemen. Met name de afbeeldingen van de kaarten van de Grote Arcana (het grote geheim) werken sterk in op je verbeelding en je onbewuste. Carl Gustav Jung noemde dergelijke beel…

De presocraten als pioniers van de westerse filosofie

Met de presocraten begint de westerse filosofie. Deze filosofen leefden in de periode van ongeveer 600-350 v. Chr. en worden zo genoemd omdat de manier waarop ze aan filosofie deden anders was dan de filosofie vanaf Socrates. De centra van de presocratische filosofie waren de Griekse steden in het westen van Klein-Azië en in Zuid-Italië. Van de vele werken van presocratici is niets volledig bewaard gebleven. Bijna alles wat we vandaag over hen weten, is ons overgeleverd uit geschriften van latere antieke auteurs die uit het werk van hun voorgangers citeren. De voornaamste van deze auteurs zijn Aristoteles en de historicus van de filosofie, Diogenes Laertius. Een belangrijk thema van de presocratici was de vraag naar de oorsprong van alle dingen (het arché, oerbeginsel). Andere onderwerpen waren ethiek, theologie en politieke filosofie. Daarnaast hielden veel presocraten zich ook bezig met wiskunde en natuurwetenschappen.

Presocraten? Met "presocraten" bedoelt men de vroege …